Rosita Segers is in 2020 als actrice afgestudeerd aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. Dit gesprek vond plaats in Utrecht op 30 juni 2020 en gaat onder andere over Rosita’s afstudeervoorstelling, de thema’s die ze graag onderzoekt in haar werk en haar gedachten over de relatie tussen theater en de samenleving.

Kun je me iets vertellen over je afstudeervoorstelling?

Ik denk dat wat ik het hele jaar heb gedaan één groot afstudeerwerk is. Aan het begin van het jaar heb ik samen met mijn klasgenoot Max Laros iets gemaakt over de drang om iets onvergetelijks achter te laten, en over de angst voor het sterfelijke. Toen hebben we een voorstelling gemaakt die bestond uit een combinatie van brieven lezen, verwachtingen creëren, een uit de hand gelopen show doen en uiteindelijk een berg beklimmen in de kleine zaal van de HKU. Daarna heb ik een stagevoorstelling gedaan, Back to Oz van Het Filiaal. We hadden twee afstudeervoorstellingen in ons vierde jaar. De eerste was met De Veenfabriek, maar toen kwam corona. Dus die werd helaas afgelast en is tot nu toe ook niet meer opgepakt.

Is er een kans dat dat nog gaat gebeuren?

Ik heb wel mailcontact met Paul Koek, maar in principe was dit zijn laatste voorstelling bij De Veenfabriek. Dus het wordt moeilijk om dat weer op te pakken, vooral ook met de agenda’s van iedereen. Maar ik hoop het, dat zou echt fantastisch zijn.

Vervolgens hebben we nog een afstudeervoorstelling gemaakt samen met Mart van Berckel, Rosa Schützendorf en Mauro Casarini. Mart zei al vrij snel dat hij geen Zoom-voorstelling wilde maken. Ik wilde dat ook absoluut niet, want op de één of andere manier word ik heel chagrijnig van Zoom.

Waar ligt dat aan?

Ik denk aan het heel lang voor een scherm zitten en weinig bewegen. Bovendien hapert het contact de hele tijd en praatje steeds door elkaar heen. Dus het gaat nooit echt vloeiend, waardoor je bijna nooit tot een echt goed gesprek komt. Uiteindelijk hebben we besloten om met de klas in quarantaine te gaan, en onszelf te isoleren om op die manier toch een voorstelling te kunnen maken. Dat was heel veel geregel, maar uiteindelijk kregen we een go van de onderwijscommissie, en toen hebben we twee weken in zelfquarantaine gezeten zodat we clean waren. Daarna konden we met elkaar gaan kamperen op Buitenkunst. Daar gingen we samen met Mart, Rosa, Mauro en onze klas materiaal maken. Het was super inspirerend om weer samen te komen. We zouden eigenlijk op Buitenkunst iets presenteren, maar we hebben een week van tevoren besloten om toch naar de grote zaal van de HKU te gaan, die intussen weer open was. En we mochten daar ook weer op afstand samenkomen. Uiteindelijk hebben we een performance van vijf uur gemaakt en deze twee dagen gespeeld in de grote zaal. Het eindresultaat was een reconstructie van onze reis, met voor een groot deel improvisatie.

Dus jullie voorstelling, als ik het goed begrijp, ging ook over het hele traject van hoe jullie bij deze eindpresentatie gekomen zijn?

Ja, het was echt een reis van hier naar Buitenkunst en weer terug naar school, en we wilden dat hele proces meenemen in wat we uiteindelijk uit gingen voeren. We wilden het publiek deelgenoot maken van de reis die we hebben gemaakt. De voorstelling heet: How the Tree Fell in the Forest, and how no one heard it Fall: a Reconstruction.

Waarom hebben jullie ervoor gekozen terug te gaan naar de HKU in plaats van het op te voeren op Buitenkunst?

De voorstelling was een onderzoek naar hoe weer te spelen voor jezelf in een tijd waarin we als afstudeerjaar juist heel erg onszelf naar buiten toe zouden moeten etaleren. Naar hoe het is om weer voor jezelf te spelen, zoals kinderen doen, om weer een soort eigenschap te ervaren en totale controle te hebben over wat je presenteert en wat je laat zien aan het publiek. Vervolgens hadden we dat onderzoek, maar op gegeven moment moest er wel publiek komen. Of althans, dat wilden we. En we vonden toch dat dat onderzoek een vertaalslag nodig had naar het theater, omdat de dingen die we hadden gemaakt en onderzocht heel erg meekleurden met het landschap. En we vonden dat het theatraler en interessanter zou zijn als we het naar de vloer verplaatsten. Bovendien hadden echt slecht weer, we hadden twee weken bijna alleen maar regen en onweer. Dus het werd op gegeven moment ook een beetje gevaarlijk. En we werden zelf ook steeds wat zwakker, dus de keuze viel samen met de omstandigheden.

Dus het was ook deels uit praktische overwegingen?

Ja, praktisch en inhoudelijk viel het heel erg samen.

Wat zijn thema’s die je graag onderzoekt in je eigen werk?

Ik vind het nu interessant hoe verdriet in onze samenleving werkt, en hoe dat tot entertainment kan worden gemaakt. Aan de ene kant zijn we een ontzettende emo-cultuur, als in dat we met zijn allen rouwen om de dood van André Hazes en onszelf daar heel erg verbonden mee voelen, maar aan de andere kant hebben we nooit echt gesprekken over verdrietig zijn met elkaar. Dus het gaat ook over het etaleren van verdriet, daar ben ik nu mee bezig. En de zoektocht naar kwetsbaarheid in het dagelijks leven en op de vloer.

En als je naar de samenleving kijkt, zie je in de samenleving dan ook de noodzaak of urgentie om deze thema’s te onderzoeken?

Ik denk dat het goed is dat er voorstellingen zijn die gaan over verdriet of over ontwikkelingen in de wereld die gaande zijn. Over structurele pijn in de samenleving en dat soort dingen, om het juist bespreekbaar te maken. En wat ik het goede vind aan kunst is dat als het goede kunst is, het genuanceerd is en meerdere perspectieven laat zien van een thema of verhaal. Ik ben er wel voor dat mensen zichzelf onderwijzen. Dat ze niet zomaar iets over bijvoorbeeld Black Lives Matter roepen, maar zich wel belezen. En ik denk dat kunst daar wel een goede manier voor is.

Voor het bekijken van de kwestie vanuit meerdere perspectieven?

Ja. Meerdere kanten, meerdere perspectieven. Iets laten zien of iets uitlichten wat in eerste instantie misschien niet heel veel aandacht krijgt of niet wordt gezien. Er zijn zo veel verhalen in de wereld, en ik denk dat kunst en theater de manier zijn om die verhalen te vertellen, zodat het  wordt gehoord en gezien. Dat vind ik heel mooi.

En denk je dat een performance of kunst in het algemeen altijd zo’n urgentie nodig heeft?

Dat vind ik moeilijk. Ik denk echt wel dat kunst daarin een verantwoordelijkheid heeft, maar ik vind het ook oké als iemand zegt: ‘ik wil dit  gewoon maken, want ik krijg hier ontzettende goede zin van en ik heb hier superveel zin in, ik wil heel erg met plezier dit doen.’ Dat is ook helemaal goed en is ook heerlijk om naar te kijken, gewoon een mens die met plezier iets doet, ook al zou dat oppervlakkiger zijn. Dus het hoeft niet per se.

Zou je dan zeggen dat er twee soorten urgentie zijn, aan de ene kant de urgentie om sommige verhalen te laten zien in de samenleving en bespreekbaar te maken, maar tegelijkertijd ook de urgentie van een kunstenaar om zichzelf te uiten?

Eigenlijk wel, en ik denk dat dat ook in verbinding zou moeten staan met elkaar. Dat je die verhalen wil vertellen omdat je iets wil uiten. Of dat je een verhaal vertelt waarmee je ook zelf iets uit, of dat je iets uit en daarmee een verhaal vertelt. En ik denk dat als je als kunstenaar op de vloer iets uit het ook vanuit jezelf moet komen, maar niet alleen over jezelf moet gaan.

Dus daar komt die verantwoordelijkheid misschien bij kijken?

Ja, ik denk het wel. We hebben het op school ook vaak over persoonlijk en privé. Het is vaak juist heel goed om een persoonlijk verhaal te delen omdat het universeel blijkt te zijn, en het is ook mooi als iemand zo eerlijk is. Een hele eerlijke voorstelling vind ik heel mooi. Maar dat kan natuurlijk ook gevaarlijk zijn, omdat je geen voorstelling wil met alleen maar het perspectief van één iemand. Maar soms kan dat juist heel erg goed en mooi en eerlijk zijn. Dus het is ook een zoektocht om dat goed te doen als theatermaker.

Wat zijn jouw gedachten over de rol of functie van theater in de samenleving?

Ik denk dat het een opening moet zijn voor mensen om het gesprek met elkaar aan te gaan en om meer perspectieven te bieden. En om verhalen te vertellen, dus ook de ongehoorde verhalen van mensen die belangrijk kunnen zijn voor de samenleving te zoeken, vorm te geven en te laten zien en horen. En om elkaar te begrijpen. Ik denk dat als je een goede maker bent en een thema of verhaal onderzoekt, je hard je best moet doen om alles eraan te begrijpen, in plaats van er al in te stappen met een oordeel. En theater is een kunstvorm die live is, dat is echt bijzonder. Ik denk dat deze kunstvorm bijna een ode moet zijn aan de verbinding met elkaar en het live contact van mensen. Dat je als publiek een gezamenlijke focus hebt naar de voorstelling. Ik vind dat heel erg mooi, dat je samen iets beleeft, maar allemaal op een andere manier.

Gewoon het feit dat je samen in een ruimte bent.

Ja, en dat je allemaal hetzelfde ziet en die ervaring met elkaar deelt. Vooral nu is dat belangrijk, als ik bijvoorbeeld naar de Tiktok-generatie van mijn zusje kijk, waar het de hele tijd over selfies maken gaat en dat ze nog niet eens rustig met hun familie een film kunnen kijken en daar een gesprek over voeren. Dat zijn allemaal snelle prikkels. Dan vind ik het wel mooi dat theater het gene is waar je nog echt een ervaring kan meemaken.

Denk je dat deze functie van theater belangrijker is geworden de afgelopen tien, twintig jaar?

Ik denk het wel. Vooral als je kijkt naar onze overprikkelde generatie. Onze concentratieboog wordt ook steeds korter en korter. Dan is het waardevol dat mensen echt de ruimte en tijd krijgen om zich op één ding te focussen, en een ervaring mee te krijgen of echt geraakt te kunnen worden door iets dat ze zien. Ik hoop dat er meer mensen naar het theater gaan. Al zullen veel mensen het ook niet doen, als we het hebben over de Tiktok-generatie, omdat ze sneller geëntertaind moeten worden. Maar wat voor entertainment is dat ook. Tiktok, come on! Ik snap het ook gewoon niet.

Ik ook niet, maar ieder zijn ding.

Misschien moet ik daar een voorstelling over maken!

Wat een inspiratie ineens. En denk je dat de rol of functie van theater in de samenleving die je net hebt besproken is veranderd door de coronacrisis?

Ik denk dat we nu allemaal hebben ervaren wat het is om verbinding op een andere manier te moeten zoeken. Ik heb er maar een paar gezien, maar ik vind ook dat Zoom-voorstellingen niet echt werken. De kracht van theater ligt toch in het live gedeelte.

Daarnaast gaat theater mee met de tijd en wat er nu gebeurt, en waar onze focus als samenleving nu ligt. Ik denk dat voorstellingen zich daar ook op aanpassen, en dat de context heel anders is dan eerst. Toen we onze afstudeervoorstelling speelden was het voor veel toeschouwers voor het eerst dat ze weer mensen op de vloer zagen en dat er veel mensen in een ruimte waren. Dat was heel bijzonder. Dus ik denk dat de waardering voor écht samenzijn groter is. Maar ik denk ook dat dat veranderlijk is, en dat als dit alles écht voorbij is het theater ook weer terug gaat naar zijn oorspronkelijke vorm. Je denkt altijd dat mensen na een crisis veranderd zijn of veel hebben geleerd, maar het is alweer zó normaal om op een terras te zitten, of om vrienden te zien, of om wat te eten. Je zou het haast alweer vergeten.

Dus het is überhaupt de vraag of we hier iets van gaan leren of meenemen in de toekomst?

Daar ben ik behoorlijk pessimistisch in. Ik denk dat als je kijkt naar de hele geschiedenis, we er weinig van leren. Ook als je kijkt naar hoe we met het klimaat of het eten van dieren omgaan denk ik dat het allemaal grotendeels weer teruggaat naar zijn oorspronkelijke vorm. Ik hoop dat dat uiteindelijk weer verandert, maar ik weet niet of corona dat gaat doen. En dat gevoel van solidariteit dat we tijdens corona hebben ervaren, is denk ik ook weer aan het versplinteren. Maar misschien ben ik daar pessimistisch in.

Denk je dat theater daar een rol kan spelen in dat we er toch iets van meenemen?

Ik denk het wel, maar ik ben ook bang dat dat vooral zo zal zijn voor de mensen die er al zo over denken. We moeten dan eigenlijk toenadering zoeken tot een nieuw publiek. Want ik denk dat er  mooie voorstellingen gemaakt kunnen worden over deze tijd en over wat we er van kunnen leren. Daar ben ik van overtuigd, maar ik vraag me af of dat aan gaat slaan bij de mensen die niet kijken omdat ze überhaupt niet naar theater gaan.

Juist de mensen die je eigenlijk wil bereiken.

Ja, de mensen die toch anders denken. Ik heb het idee dat we het veel met elkaar eens zijn in de theaterbubbel. En als ik naar voorstellingen ga zie ik vooral dezelfde mensen. Er zijn natuurlijk ook wel gezelschappen of voorstellingen die meer op locatie spelen en ander publiek trekken, maar dat zou meer moeten gebeuren.

Hoe zie je, als net afgestudeerde maker, jouw positie in dit veranderde veld voor je?

In eerste instantie zou ik zeggen: mijn hoofd boven water houden. Het is als je afstudeert al heel moeilijk om aan werk te komen, en nu is het nog moeilijker. Maar aan de andere kant hebben twee verschillende fondsen ook oproepen gedaan dat ze nieuwe theatermakers zoeken die een corona-proof voorstelling willen maken. Dus er zijn wel dingen waar onze lichting afstudeerders iets mee kan. Want we moeten ons als theatermaker de hele tijd verhouden tot een veranderende wereld, en nu ook. Maar het is natuurlijk wel zo dat alles gaat veranderen. De wereld verandert natuurlijk altijd, maar nu is er een pandemie. Het is heel gek om je hiertoe te verhouden, en ik denk dat iedereen in eerste instantie lamgeslagen was. En ik heb wel plannen, maar aan de andere kant: als er dan ineens een lockdown komt heb ik geen idee. Alles kan veranderen.

Zou je graag willen dat er dingen veranderen in de sector?

Meer geld! En er is veel vriendjespolitiek. Dat is ergens ook wel goed, want je werkt graag samen met mensen die je mag en die je fijn vindt, wat helemaal oké is. Maar er zijn gewoon geen vacatures voor acteurs.

Ja, dat maakt het hele systeem best wel gesloten.

Ja, je moet echt via een andere manier binnenkomen, en dat is vrij vermoeiend. Leuk, maar wel vermoeiend. Dus het zou fijn zijn als er meer audities zijn. Maar dan zouden er ook meer projecten moeten komen. En ik zou toch willen dat de sector iets veiliger wordt qua Me Too. Want ieder proces vraagt natuurlijk dat je je heel kwetsbaar opstelt, zo ervaar ik dat in ieder geval. En ik denk ook dat kwetsbaarheid een bron is van inspiratie en creativiteit, maar dat kan alleen als je je op je gemak voelt.

Heb je vragen voor Rosita na het lezen van dit interview? Stel ze door te mailen naar rositasegers@hotmail.com.

Robin Puskás

Robin Puskás

Robin Puskás (1996) is in de zomer van 2020 afgestudeerd aan de Master Arts & Society van de Universiteit Utrecht. Zijn interesses liggen bij theater, dramaturgie en de verhoudingen tussen kunst en de samenleving.