Gavin-Viano Fabri is in 2020 afgestudeerd aan de regieopleiding van de Toneelacademie in Maastricht. Dit gesprek vond telefonisch plaats op 10 juli 2020 en gaat onder andere over Gavin-Viano’s afstudeervoorstellingen, de onderwerpen die hij graag aankaart in zijn werk en zijn gedachten over de relatie tussen theater en de samenleving. Credits foto: Kariem Ahmed.

Kan je me iets vertellen over je afstudeervoorstelling?

Ik heb twee afstudeervoorstellingen gemaakt. De eerste voorstelling heet A Plastic State of Mind en is gebaseerd op het leven van vijf jonge vrouwen in de Liberiaanse burgeroorlog van 2003. Het is een teksttoneelvoorstelling met een brassband, bestaande uit vier percussionisten en een klassieke pianist. Mijn tweede afstudeervoorstelling heet Ach mijn wederhelft en dat gaat over Jorden. Zijn partner wil graag een open huwelijk, en Jorden wil dat alleen aangaan als ze PrEP slikken, het medicijn dat je resistent maakt tegen HIV. Jorden wordt omringd door drie beste vriendinnen waarmee hij is opgegroeid en waarmee hij heeft gestudeerd, alleen zijn die drie vriendinnen hetero. In één oogopslag komen heteronormatief- en homonormatief denken tegenover elkaar te staan, en dan gaan de personages zichzelf allerlei existentiële vragen stellen. Maar de hoofdvraag voor Jorden is natuurlijk of hij het open huwelijk wel of niet aangaat. Laat hij zich beïnvloeden door zijn beste vriendinnen of door zijn partner, en waar kiest hij voor: de liefde of zijn gezondheid? Dit is ook een teksttoneelvoorstelling met zeven acteurs, en deze heeft de DNA Next!-prijs gewonnen.

Zijn het allebei teksttheatervoorstellingen?

Ja. Ik maak teksttoneel in combinatie met fysiek onderzoek en muziek, maar mijn werk is voornamelijk gebaseerd op tekst.

Heb je vanwege corona veel aan moeten passen aan je afstudeervoorstellingen?

Ik had zes projecten staan, dus ik heb heel veel aan moeten passen. A plastic state of mind heb ik op 25 en 27 februari gespeeld, 25 februari was de try-out. Daar hebben we subsidie voor ontvangen van de gemeente Rotterdam, het VSB Fonds en het Apollofonds. Dus we hadden veel ondersteuning, en we hadden een hele toffe cast van vijf donkere actrices die heel kwetsbaar spelen. De voorstelling werd voor april in Frascati geprogrammeerd, maar door de lockdown is die voorstelling naar 3 oktober 2020 verplaatst. We zouden ook in mei bij Maas Theater en Dans spelen, maar dat is helaas afgelast. Hetzelfde geldt voor het ITS. Voor het ITS zou ik er een double bill van maken waarbij ik een uur van mijn eerste voorstelling zou tonen en een uur van mijn andere voorstelling, maar dat is ook komen te vervallen.

Ach mijn wederhelft heb ik ook moeten verplaatsen, maar daar ben ik nu gelukkig weer mee bezig. Het is een drieluik geworden, waarbij het verhaal in elk deel vanuit een ander perspectief wordt verteld. Het eerste deel, genaamd Ach mijn wederhelft #1 Soulsearch is in december 2020 in Frascati te zien. Het tweede en derde deel, respectievelijk genaamd Ach mijn wederhelft #2 Survival Mode en Ach mijn wederhelft #3 Sexual Revolution, gaan in 2021 in première. Ik heb de voorstelling zodanig aangepast dat deze altijd met weinig middelen voor een klein publiek kan worden gespeeld.

Ik blijf me continu verhouden tot het wereldbeeld van nu. Dat moet, mijn werk gaat altijd over actualiteit. In de coronacrisis spelen human rights een grotere rol dan ooit, en daar gaat mijn werk over. Daar gaat A plastic state of mind bijvoorbeeld ook over. Het gaat over het overwinnen van je eigen omgeving en de situatie waarin je bent geboren, en over de vraag of je daaruit kan stappen. En als je de kans krijgt, wil je dan ook daadwerkelijk uit die situatie stappen, hoe erbarmelijk die ook is?

Verder was mijn eerste voorstelling, Melanine ten strengste verboden, geselecteerd om in Paramaribo te spelen, bij On Stage Performing Arts. Ik heb die voorstelling in mijn tweede jaar op de Toneelacademie gemaakt. Met een budget van 25 euro heb ik toen al mijn vrienden die ook in de Arts zitten gevraagd of ze zin hadden om het verhaal van de Scottsboro Boys te vertellen. De Scottsboro Boys is een groep jongens die in de jaren dertig onterecht zijn veroordeeld wegens verkrachting. Dat is ook een teksttoneelvoorstelling geworden, en inmiddels hebben 2600 mensen die voorstelling gezien en zijn we dus geprogrammeerd in Suriname. Maar toen gingen de grenzen natuurlijk dicht. We zouden daar in mei spelen, en dat is nu ook een jaar opgeschoven. Het moet gewoon veilig zijn om het vliegtuig te kunnen pakken, het moet veilig zijn in het land zelf, en er kan niet ineens nog een golf opkomen als we al in het buitenland zitten. Als je met een groep reist heb je toch wat meer verantwoordelijkheid.

Wel fijn dat je het nog hebt kunnen verplaatsen.

Ja, zeker weten. Ook in tijden van crisis heeft iedereen nog steeds nood aan kunst. Je kunt er niet omheen, er zijn gewoon veel instellingen of instanties die afhankelijk zijn van kunst maken, uitvoeren en programmeren. Dus die hebben allemaal heel begripvol gereageerd. Het verbindt ook, want iedereen weet: we’re all-in the same boat. Ik had ook nog een paar andere projecten staan om te regisseren, en om libretto’s te schrijven, maar dat is nu ook allemaal eventjes on hold gezet. Ik ga ook een jongerenvoorstelling regisseren voor studio 52nd regisseren, dat is ook uitgesteld. Dus het is allemaal nog even spannend. Maar het is wel fijn dat A plastic state of mind 3 oktober in Frascati heeft gespeeld, en dat Ach mijn wederhelft ook wordt uitgevoerd. Ik dacht dat er heel weinig mogelijk zou zijn, maar Frascati is coulant geweest. En dat biedt toch nog mogelijkheden om het verhaal zo goed mogelijk te vertellen.

Het lijkt me ook fijn dat je je afstudeerwerk alsnog kan opvoeren.

Jazeker, het is ook echt mijn bedoeling om een mini-tour uit te voeren. Ik ben ook wel blij dat Ach mijn wederhelft de DNA Next!-prijs heeft gewonnen. Dat geeft me toch weer de hoop dat er toekomstige mogelijkheden zijn om het verhaal nog steeds met dezelfde groep te vertellen, alleen in een hele andere situatie of context. We zijn ons ook allemaal bewust van het feit dat alles binnen een week weer op slot kan gaan.

Welke thema’s of vragen vind je interessant om te onderzoeken in je werk?

Ik heb best wel wat meegemaakt, zeker als jongen op de basisschool, dus voor mij gaat het altijd als eerste over de vraag: wat betekent het om mens te zijn? Vervolgens trek ik het bijvoorbeeld door naar: wat betekent liefde voor mij, als donkere jonge man in 2020? Dus ik probeer het eerst heel specifiek voor mezelf te maken, en dan ga ik kijken waar de raakvlakken liggen met de andere personages. En als ik dan naar het geheel kijk probeer ik altijd een brug te slaan tussen mijn onderwerpen en de doelgroepen waar ik voor maak. Ik maak namelijk specifiek voor donkere mensen, want die doelgroep wordt te vaak vergeten. Ik kom ook niet uit een theatercultuur. Muziek was bij ons altijd heel belangrijk, maar theater niet. In de eerste jaren van mijn studie probeerde ik dan zo veel mogelijk voorstellingen te zien, en vaak kreeg ik het gevoel dat ik er niet bij mocht zijn. Het voelde dan alsof de voorstelling niet voor mij was gemaakt maar voor een andere, specifiekere doelgroep, waardoor ik heel vaak niet mee kon met het verhaal, het taalgebruik en de thematiek. Het bleek ook vaak uit het publiek dat naar de voorstelling zat te kijken. Bijvoorbeeld uit bepaalde grappen die werden gemaakt die het publiek heel erg grappig vond maar die ik helemaal niet grappig vond. Dus vandaar dat ik dacht: oké, ik moet voorstellingen maken die voor mijzelf interessant zijn, maar die ook voor mijn moeder en voor de black community interessant zijn. Ik maak ook specifiek voor de LHBTQIA+ community, en over thema’s die spelen in die gemeenschappen, zoals liefde en queerness in de zwarte gemeenschap en mensenrechten.

Ik vertrek altijd vanuit historische context en probeer vergelijkingen te maken tussen het verleden en het heden, wat ik bijvoorbeeld ook met de Scottsboro Boys deed. Ik heb die voorstelling in 2017 gemaakt, en een jaar later kwam Ava DuVernay met When they see us. Heel veel mensen maakten toen die vergelijking voordat ik die serie zelf had gezien. When they see us gaat over de Central Park Five, vijf jongens die in dezelfde situatie terecht zijn gekomen als de Scottsboro Boys, maar dan in de jaren tachtig.

Verder heb je nu natuurlijk de Back Lives Matter-movement, die is hotter than ever. Maar voor mij is het geen trend, het is lived experience. Ik heb in 2014 Oud en Nieuw met mijn moeder gevierd. Nadat ik haar naar haar hotel had gebracht liep ik  om 4 uur ’s ochtends naar mijn eigen huis, en toen ben ik gearresteerd door vijf politieagenten. Ik was aan het lopen, ik luisterde muziek met mijn telefoon in mijn hand, en voor ik het wist werd ik zonder enkele reden, aankondiging of aanvaring aangehouden, gearresteerd en meegenomen naar het politiebureau. Later werd ik vrijgelaten omdat ze niet konden vinden wat ze zochten. Ze zochten naar drugs, of wapens, of wat dan ook. Maar die had ik niet, dus ze hadden niks om me voor vast te houden en toen hebben ze me laten gaan. Dus ik vertrek echt altijd vanuit mijn eigen leven en mijn eigen ervaringen, en dan ga ik kijken waar de raakvlakken zijn. Want ik weet zeker dat er meer mensen zijn die soortgelijke situaties hebben meegemaakt, waar wiens stemmen gemarginaliseerd zijn en nooit op het Nederlandse podium worden gehoord.

Dus dat zijn de onderzoeken die ik doe. Wat betekent het om mens te zijn? Wat betekent liefde voor mij als donkere jonge man? Wat betekent het om homo te zijn en heteroseksuele vrienden te hebben? Wat betekent het om een homoseksuele man van kleur in de hoofdrol te plaatsen in plaats van als bijfiguur, wat we vaak in Hollywoodfilms zien? De gay best friend, de black best friend, of de Asian best friend, plaats de groepen die in de minderheid worden geplaatst in de hoofdrol! Je moet altijd uitgaan van nieuwe perspectieven. En eigenlijk zijn die perspectieven niet nieuw, maar omdat ze nooit op de voorgrond zijn geplaatst lijken ze nieuw. Dus ik vertrek iedere keer vanuit mezelf, dat is altijd het grote onmisbare ding. En dat is misschien cliché, maar het is wel waardoor ik maak wat ik maak. Ik moet het eerst zelf begrijpen. Ik moet er warm van worden, ik moet er eerst zelf wakker van blijven, het moet vanuit mijn kern komen. En dan kan ik dat verhaal met anderen vertellen met anderen. Ik hou zeker ook van Shakespeare, Tsjechov en Ibsen. Ik hou van tekst, alleen moet het wel van nu zijn en zo laagdrempelig mogelijk blijven. Het publiek en mijn moeder moeten mee kunnen met het verhaal. Het moet zowel in Rotterdam Zuid als op De Parade programmeerbaar kunnen zijn.

Mijn volgende vraag is nu een beetje een open deur, maar zie je een noodzaak of urgentie voor het bespreken van deze thema’s als je naar de samenleving kijkt?

Zonder urgentie is er niks. En dat hoeft niet per se over kunst te gaan, alles in het leven moet naar mijn mening een urgentie hebben als je er iets mee wil bereiken. Als je er niets mee wil bereiken dan is die urgentie niet nodig, maar hoe kun je mensen bereiken of ergens op aanhaken als je er zelf niet in gelooft of niet voelt dat het belangrijk is dat dit op dit moment wordt verteld? Dus ja, er is altijd een missie. Er moet voor mij altijd een maatschappelijk aspect zijn, en dat zie je nu ook in de fondsenwereld. Ik heb mijn stage gedaan bij het VSB Fonds. Ik had vier scholarships gekregen om een jaar aan de New York Film Academy te studeren voordat ik in Maastricht begon. Vervolgens wilde ik graag onderzoek doen bij het Fonds om te zien hoe zij hun keuze maken in welke projecten worden ondersteund. Hoe maken zij die afweging? Dat is heel belangrijk, de persoon die de subsidieaanvragen leest is best machtig. En ik wilde dus kijken van wat de pros en cons zijn. En toen hebben ze ook mijn expertise gebruikt en me aangenomen als zzp’er nadat mijn stage van twee maanden succesvol was verlopen. En ik ben ook wervingsorganisator, dus ik maak specifiek voor communities die niet zo snel worden bereikt door grotere witte instellingen. Dat onderzoek ging dus ook over waar de grens ligt tussen een kunstproject als iets recreatiefs versus iets dat maatschappelijk betrokken is, meerdere raakvlakken heeft, en een specifieke doelgroep aanspreekt. Ik merk ook dat de voorstellingen of gezelschappen, maar bijvoorbeeld ook tv-programma’s die een maatschappelijke laag hebben ook daadwerkelijk verandering teweeg brengen, hoe groot of klein dan ook. Dat moet steeds meer gebeuren, maar dat gebeurt natuurlijk niet altijd. Het is misschien ook een beetje utopisch om daar vanuit te gaan, maar het begint langzamerhand te komen. Daarom strijd ik altijd wel voor urgentie in mijn eigen werk.

En ben je dan van mening dat een performance die urgentie altijd nodig heeft? Of mag er ook kunst bestaan ‘voor de kunst,’ waar verder geen boodschap achter zit?

Ik vind dat een moeilijke vraag, want naar mijn mening is kunst ontstaan uit urgentie. Er waren landen, en die zijn er nu nog steeds, waar mensen niet het recht hadden en hebben om kunst uit te voeren of te maken. Dus de hele geschiedenis van kunst is urgentie en is politiek. Maar kunst is ook ontstaan uit religie. Alleen zijn we nu natuurlijk allemaal super mondig, en leven we in een wereld ‘where individualism is everything.’ Dus er zijn nu ook performances die geen urgentie met zich meedragen. En dat kan, dat bestaat. Het hoeft niet per se. Maar ja, dan kan je je ook weer afvragen of het feit dat je er niets mee wil bereiken juist betekent dat jij dát ermee wil bereiken. Maar voor mij is kunst per definitie voortgekomen uit urgentie.

Ja, en urgentie kan misschien ook op meerdere manieren bestaan. Een maker kan ook de urgentie hebben om vanuit zichzelf een bepaald verhaal te brengen, maar ook een urgentie hebben om bepaalde onderwerpen in het openbaar aan te kaarten.

Precies. Of het kan ook zijn dat de urgentie ligt in het aangaan van een experiment en dat delen.

En daar ook ruimte voor creëren.

Ja, precies. Dan heb je het toch weer over wat voor soort kunst het is. Is het een installatie? Is het een schilderij? Is het theater? En voor theater heb je publiek nodig, dus het staat allemaal in samenhang met elkaar als we het hebben over urgentie en het effect ervan.

Interessant!

Zeker, en ook belangrijk om over na te blijven denken. Zeker nu met alle adviezen van de Raad voor Cultuur, subsidies en plannen en dergelijke. En waar staan wij in dat geheel, als frisse afstudeerders van 2020? Dus naar mijn mening is dat een hele belangrijke vraag, want dit is onze toekomst.

Ja precies, en ook: waarom doe je wat je doet, en in wat voor veld wil je dat graag doen?

Ja. Het is ook belangrijk kunst te maken, maar ook om de economische waarde van jouw kunst te weten of te kunnen onderzoeken en in kaart te brengen. Daarom ben ik ook blij dat de theaters weer open zijn, met anderhalve meter afstand en maximaal dertig man in de zaal. En dan vragen mensen zich af of het wel zin heeft op deze manier. Is it worth it? Maar het is het wel waard, want daarmee stralen we uit dat wij ook belangrijk zijn en mee moeten draaien, koste wat kost. Daar ligt de urgentie, in plaats van te zeggen: ‘Nee, van mij hoeft het zo niet.’ Let’s be lucrative, en laten we er met zijn allen werk van maken.

Ja, probeer er onder de omstandigheden het beste van te maken.

Zeker, maar dus ook die urgentie linken aan de economische waarde van wat wij doen, zeker als afstudeerder. Ik vertrek vanuit passie, ik maak theater omdat ik ervan hou. Maar daarnaast doe ik het omdat ik er mijn werk van wil maken, omdat ik leef van kunst.

Wat zijn jouw gedachten over de rol of functie van theater in de samenleving?

Dat is een brede vraag. Can you narrow it down for me?

Het is inderdaad een brede  vraag. Wat voor rol kan theater als medium spelen in de samenleving?

Wat ik heb ervaren met mijn theaterwerk, is dat het mensen kan verbinden. Het kan nieuwe inzichten brengen en het kan gesprekken initiëren. Het kan mensen aansporen tot nadenken en handelen. Ik heb Melanine ten strengste verboden bijvoorbeeld uit frustratie gemaakt. Ik was toen heel erg boos over heel veel dingen in de wereld. Ik was toen waarschijnlijk zoals de standaard mens die nu into Black Lives Matter is, ‘people who are woke.’ Eigenlijk heb ik dat mijn hele leven al, maar het hoogtepunt was rond 2016, 2017 bereikt, en toen heb ik die voorstelling uit woede en frustratie gemaakt. Want soms kan je dingen niet aankaarten in een discussie. Ik heb vaak zulke discussies, en dan zijn we de hele tijd aan het discussiëren, maar je moet ook weten met wie je discussieert. Als die persoon jouw taal niet begrijpt, niet empathisch vermogend is, of geen historische kennis heeft, then what are we talking about? En dan hebben we eigenlijk twee verschillende discussies.

Omdat die afstand niet te overbruggen is en je te ver van elkaar af staat?

Ja, of die afstand wordt vanaf beide kanten niet overbrugd. En dan stop ik de punten die ik wil aankaarten in die discussie in een theatervoorstelling. Theater kan ook eindelijk stemmen geven aan alle doelgroepen die al te lang zijn gemarginaliseerd. Als je het hebt over de donkere vrouw: she’s not represented right now in the Netherlands. Kijk maar naar de politiek. We hebben maar één dame waar we het allemaal over kunnen hebben, namelijk Sylvana Simons. Waar is de rest? Terwijl haar aandeel in de samenleving, het black matriarchaat, eeuwenlang superbelangrijk is geweest. Dus voor mij kan theater zeker verbinden, maar het kan ook polariseren. Melanine speelde ook op de Parade, toen waren we geprogrammeerd in Rotterdam en Amsterdam. En er kwamen heel veel mensen echt geraakt uit de tent. We deden geen kringgesprek of nagesprek, maar de acteurs waren ook de gastheren. Dus die stonden bij de deur, en dan kon het publiek een fotootje met ze maken. En er kwamen ook dames huilend naar ze toe die zeiden: ‘jeetje, nu is het heel duidelijk geworden voor ons wat jullie hebben meegemaakt, waar jullie het steeds over hebben, en wat de oplossing is om nader tot elkaar te komen.’

Maar er waren over die hele parade-periode verspreid ook drie, vier mensen die echt boos waren over wat wij hadden verteld in die voorstelling. En die hebben dus ook alleen die dingen gezien en gehoord die zij wilden horen en alleen datgene uit het verhaal gehaald wat zij eruit wilden halen. En deze mensen waren heel boos, dat waren gewoon de plain racists die dat perspectief niet wilden weten, en die zich privileged enough voelden om ons te vertellen dat wat wij vertelden niet door de beugel kon. Waardoor wij dachten: mission accomplished. Dus theater verbindt mensen zeker, maar het kan ze ook verder van je af duwen op het moment dat je een bepaalde thematiek aankaart die voor veel mensen gevoelig ligt. Wat dat betreft is theater een krachtig medium. En ook als je kijkt naar de invulling van de grote gezelschappen. We hebben het nu natuurlijk over inclusie en diversiteit. Niet alleen op het podium, maar ook in de thematiek, het repertoire en in de kantoren. Hoe hoger je komt, hoe witter de top.

Denk je dat de rol van theater in de samenleving is veranderd tijdens de coronacrisis?

Op dit moment denk ik wel dat de rol van theater is veranderd door de crisis. Ik voel nu wel dat we iets meer verbonden zijn dan normaal. Anders hebben we straks allemaal geen werk meer, in dat opzicht zijn we nu wel meer connected. Het is echter een moeilijke vraag, omdat we natuurlijk nog middenin de crisis zitten. Misschien moeten we deze vraag over drie jaar nog een keer bespreken. Maar ik denk dat de rol van theater nu zeker verandert. We hebben ons hoorbaar gemaakt met Cultuur in Actie, donaties, en noem maar op. Verder is iedereen bezig met hoe we dit kunnen laten werken. Hoe kunnen we zo snel mogelijk weer open en meedraaien? En hoe verhoud je je nu tot de architectuur van de ruimte? Daarnaast denk ik dat de komende jaren ook de onderwerpen die in het theater worden aangekaart zullen veranderen, en dat komt niet alleen door de crisis. Vanuit de crisis komen natuurlijk ook nieuwe dingen aan bod, ook door de financiële kant, maar ik denk ook dat er nog meer zal worden gekeken naar wat er wordt geprogrammeerd en naar welke thematiek wordt aangekaart. Dat staat nu echt meer op scherp.

Dus de crisis is meer een aanleiding geweest om überhaupt te kijken naar hoe we het theaterveld inrichten?

Ja, precies. There’s one pie, dus als er een crisis is wordt de verdeling van die pie gewoon scherper. Who’s  getting the cut? And why is it that person? Daar komt die urgentie waar we het eerder over hebben gehad bij kijken. Op het moment dat de pie kleiner aan het worden is en meer mensen vocaal worden is er een dialoog nodig. Het staat allemaal in verbinding met elkaar. Het is een soort butterfly-effect, of kettingreactie. Crisis, oh shit: how are we gonna divide or split the pie right now?

And who’s gonna divide it?

Juist, dat zeker!

Robin Puskás

Robin Puskás

Robin Puskás (1996) is in de zomer van 2020 afgestudeerd aan de Master Arts & Society van de Universiteit Utrecht. Zijn interesses liggen bij theater, dramaturgie en de verhoudingen tussen kunst en de samenleving.