door Roann Postma



Het is 2 oktober als ik naar theater de Meervaart in Amsterdam ga om twee voorstellingen te bekijken in het kader van it’s on tour 2020.
Het is een koude herfstachtige vrijdagavond en nadat ik mijn auto in de parkeergarage heb gezet, loop ik naar de ingang van theater de Meervaart.
Het is een hele tijd geleden dat ik naar het theater ben geweest, of beter gezegd kón gaan.
De welbekende corona-situatie heeft lang voor veel theaters en de medewerkers van deze theaters roet in het eten gegooid.
Veel voorstellingen werden afgelast, konden niet gespeeld worden, moesten drastisch aangepast worden of voor veel minder man publiek spelen.
Ikzelf kon het me een paar maanden lang financieel niet eens permitteren om naar het theater te gaan, omdat ik door Corona veel inkomsten misliep.
Ik heb dus zin om weer op de plek te zijn waar ik het liefst ben: in het theater.
In theater de Meervaart ben ik echter nog nooit geweest.
Het is een mooie plek, elegant, ruim, maar ook bij binnenkomst van dit theater is de corona duidelijk aanwezig.
De nodige vragen worden gesteld over mijn gezondheid, ik moet mijn handen ontsmetten en het dragen van mondkapjes is inmiddels verplicht overal in het gebouw. De sfeer in het theater is anders. Het is veel rustiger. De gebruikelijke gezelligheid, het luide gebabbel en gelach wat ik zo gewend ben voorafgaand aan voorstellingen, of de omarmingen van mensen die elkaar vaak tegenkomen bij theatervoorstellingen blijven uiteraard uit. Iedereen begroet elkaar ingetogen, vanachter zijn of haar mondmasker met een handgebaar of een “hoi”. 

Ik heb Noorse bossen en gebergtes gezien, ik heb de leugen gezien (dit keer met een gezicht), ik heb de geschiedenis gezien en het heden, ik heb de woestijn gezien


Ik kan veel mensen niet verstaan vanachter hun mondmaskers en moet dus ongeveer drie keer vragen “wat zei je?”. Als ik het na de derde keer nog steeds niet versta lach en knik ik maar. Het kan ook aan mijn oren liggen.
Als we de zaal in lopen is deze maar voor een kwart gevuld, want iedereen moet voldoende afstand kunnen houden. Ook na de voorstelling is gezellig nazitten, -borrelen of-praten over de voorstelling er niet bij. De voorstelling is al iets uitgelopen en na 22:00 mogen de horecagelegenheden niet meer open zijn. Iedereen moet zo snel mogelijk het gebouw uit. Op de krappe toiletten is het in de rij staan en slalommen om elkaar heen om afstand te houden. Ik sta buiten nog met twee mensen blauwbekkend in de herfstwind om een poging te doen onze gedachtes te delen over wat we net hebben gezien. Maar het weer stuurt ons naar huis.
Veel van de charme van zo’n avondje uit in het theater, lijkt verloren. Er komt ook minder publiek.  Natuurlijk is de capaciteit van zo’n zaal verlaagd, maar zelfs dan.
Want waarom zou je nog naar het theater gaan? Waarom nu?
Maar ondanks dat ik buiten opgelucht mijn mondmasker weer van mijn gezicht kan halen, weet ik dat het de moeite waard is om juist nu naar het theater te gaan. Juist nu.
Want die oktoberavond, was ik niet alleen in theater de Meervaart. Fysiek misschien. Maar de verbeelding kon die avond verder reizen.
Voorbij Amsterdam. Voorbij Nederland en zelfs voorbij corona.
Want die oktoberavond ben ik niet alleen in een theater geweest.
Ik ben in een nachtclub geweest, bij een feministisch protest, bij een metal-concert (dat was ook nieuw voor mij), ik ben bij een lichtshow geweest, backstage bij een artiest, ik ben in een jaren 90 disco geweest en ik ben bij een koor-optreden geweest. Ik ben zelfs heel even op een onbekende donkere plek geweest waar het geluid van prachtige hoge stemmen mijn oren vulde. Verder ben ik in Noorwegen geweest (maar ook in Drenthe), heb ik hunebedden gezien, rendieren en sneeuw. Ik heb Noorse bossen en gebergtes gezien, ik heb de leugen gezien (dit keer met een gezicht), ik heb de geschiedenis gezien en het heden, ik heb de woestijn gezien, ik heb de sterfplek van iemand gezien wiens naam vele mensen kennen, ik heb een vrouw gezien met een stem als een nachtegaal die de dode man met haar klanken zijn eeuwige slaap in sust…

Ik ben die avond niet alleen naar het theater gereisd. Ik ben naar vele plekken gereisd. Ik heb van alles gezien. Nieuwe dingen gehoord en meegemaakt.
Want dat is de charme van het theater. Met verbeelding en de kracht van theater komen we voorbij onszelf. Voorbij onze huiskamers. Televisieschermen. Ramen. Deuren. Isolaties. We komen voorbij onze landsgrenzen. Zonder dat het onveilig hoeft te zijn. Zonder dat we daadwerkelijk fysiek hoeven te reizen. En voor heel even, terwijl je op een rendier boven Noorse berggebieden zweeft, kun je corona vergeten. En nee, we moeten corona niet vergeten. We moeten juist nu alert blijven. Maar soms hebben we even (letterlijk en figuurlijk) ademruimte nodig. Ik wel, in ieder geval.
En daarom naar het theater.
Juist nu.

Op 1,5 meter afstand. Met mondkapjes. Volledig veilig. Corona-proof.

Ga.

Nu.

Jasper Hupkens

Jasper Hupkens

Afgestudeerd als dramaturg in 2011 (Universiteit Utrecht). Freelance productieleider en contextprogramma-maker bij Toneelgroep Oostpool.